Column Gabbi Mesters: een brief met mijn naam eronder
Mijn bijna-buurman van een paar huizen verderop vraagt geregeld subsidie aan bij het Fonds voor Cultuurparticipatie. Net zo geregeld krijgt hij een brief terug: zijn aanvraag is niet eens in behandeling genomen, want het subsidieplafond is bereikt. Op zulke avonden voel ik me een beetje ongemakkelijk op de buurtborrel. Want onder die brief staat mijn naam.
Ik ken het probleem dus van heel dichtbij, maar ook vanuit mijn werk. Toen ik in 2025 als directeur-bestuurder bij het Fonds begon, zag ik een regeling razendsnel overvraagd raken. Mijn eerste gedachte was: die voorziet duidelijk in een grote behoefte. Maar het bleef gebeuren. Sinds de start van onze nieuwe beleidsperiode in 2025 is bij veel projectregelingen het beschikbare budget binnen anderhalve dag drie keer aangevraagd. Bij de regeling Talentontwikkeling stond de teller na één uur zelfs op dertien keer het beschikbare budget. In de acht jaar dat ik eerder bij het Fonds werkte, heb ik zoiets nog nooit meegemaakt.
Hoe komt dat? Zeven miljoen Nederlanders beoefenen in hun vrije tijd actief cultuur. Er gebeurt ontzettend veel in het veld en dat is mooi om te zien. Tegelijkertijd staan de cultuurbudgetten van gemeenten onder druk. Aanvragers krijgen daardoor vaker te horen: probeer het eens bij het Fonds. Twee ontwikkelingen die samenkomen bij ons loket.
Tot nu toe behandelen we aanvragen op volgorde van binnenkomst. Een werkwijze die jarenlang goed functioneerde, maar onder de huidige omstandigheden steeds meer op een wedstrijd tegen de klok lijkt. Soms doet subsidie aanvragen denken aan het bemachtigen van kaartjes voor een internationale artiest: drie computers open, vrienden die tegelijk klikken en maar hopen dat je tot de gelukkigen behoort.
Dat is natuurlijk nooit de bedoeling geweest. Wie zijn zomervakantie heeft doorgewerkt aan een aanvraag die vervolgens ongelezen blijft, verliest vertrouwen in ons. En terecht. Vooral voor nieuwe aanvragers is het moeilijk om ertussen te komen.
Daarom hebben we besloten om halverwege onze beleidsperiode in te grijpen. Dat doen we niet zomaar. We hebben geluisterd naar signalen uit het veld, kritisch gekeken naar onze eigen werkwijze en ons afgevraagd: hoe kunnen we met de middelen die we hebben meer mensen en organisaties een eerlijke kans bieden?
We hebben besloten om meer geld beschikbaar te maken voor onze projectregelingen. In 2027 en 2028 gaat het om bijna 7,2 miljoen euro extra. Dat geld komt niet uit de lucht vallen. We brengen meer focus aan in ons aanbod en maken keuzes in wat we de komende jaren wel en niet doen. Zo komt er minder ruimte voor nieuwe regelingen en open oproepen.
Dat zijn geen makkelijke beslissingen. Ook daarmee ondersteunen we waardevolle initiatieven en stimuleren we vernieuwing. Maar de druk op onze projectregelingen is zo groot geworden dat we niet op dezelfde voet verder kunnen.
Ook het aanvragen zelf gaat veranderen. We werken aan een gefaseerde procedure en zetten bij de meest overvraagde regelingen loting in. Niet omdat we de inhoud van aanvragen minder belangrijk vinden, integendeel. Maar omdat we willen voorkomen dat vooral de snelheid van indienen bepaalt of een plan überhaupt wordt bekeken.
Laat ik daar wel duidelijk over zijn: ook met deze veranderingen blijft het budget beperkt. We kunnen niet alle goede plannen ondersteunen en zullen nog steeds mensen moeten teleurstellen. Dat besef ik heel goed. Maar we kunnen wel zorgen voor een transparanter proces, waarin aanvragers eerder weten waar ze aan toe zijn en niet onnodig veel tijd investeren.
Onze ambitie verandert niet: zoveel mogelijk mensen de kans geven cultuur te beoefenen en hun talenten te ontwikkelen. Daarvoor is een sterke culturele basis nodig, met ruimte voor bestaande en nieuwe initiatieven. Die blijven we ondersteunen, onder meer via trust-based financieren en regionale proeftuinen. Maar dat kunnen we als Fonds niet alleen. Daarom ga ik graag verder in gesprek met gemeenten en provincies.
Bij alle veranderingen staat voorop dat we onze regelingen toegankelijker willen maken, voor nieuwkomers én bestaande organisaties. En dat we zorgvuldig willen omgaan met de tijd en energie die aanvragers in hun plannen steken.
Ik ben tevreden als een aanvraag bij het Fonds een positieve ervaring is. Als mensen weten waar ze aan toe zijn, hun plannen serieus worden genomen en het openen van een regeling voor mijn collega’s weer iets is om zonder spanning naar uit te kijken.
En als ik weer gewoon naar de buurtborrel kan.
Gabbi Mesters is directeur-bestuurder van het Fonds voor Cultuurparticipatie.