dinsdag 16 Oktober 2018
dit is het online magazine van het Fonds voor Cultuurparticipatie. wil je een aanvraag doen, kijk dan op onze website

Dubbelinterview met Cor Wijn en Dirk Monsma

Dirk Monsma en Cor wijn

Door bezuinigingen bij gemeenten en provincies, volgen steeds minder mensen muziek- theater-, dans- of tekenles. Dat constateert de Raad voor Cultuur in zijn recente advies Meedoen is de Kunst. Deze ontwikkeling is kwalijk en bovendien onnodig, vinden consultant en auteur van het boek De Culturele Stad Cor Wijn en adviseur cultuuronderwijs en adviseur bij de Raad voor Cultuur Dirk Monsma. Gemeenten zouden op het gebied van amateurkunst namelijk veel meer kunnen doen met minder geld. Het Fonds voor Cultuurparticipatie ging hierover met beide heren in gesprek.

Voor actieve cultuurparticipatie is toegankelijkheid van groot belang. Niet alleen de ligging van een kunstinstelling, maar ook de kosten ervan spelen hierbij een rol. Dat door de bezuinigen nu juist gesubsidieerde cultuurvoorzieningen verdwijnen, komt die toegankelijkheid natuurlijk niet ten goede. In het advies Meedoen is de Kunst, dat onlangs verscheen, constateert de Raad voor Cultuur dan ook dat de continuïteit en het aanbod van cultuur onder druk staan. Met name voor kinderen en ouderen is amateurkunst steeds minder toegankelijk. Dat is zorgwekkend. Het beoefenen van amateurkunst is immers niet alleen leuk, maar biedt mensen ook de mogelijkheid te participeren in de samenleving. Daarnaast kunnen mensen door middel van amateurkunst uiting geven aan hun gevoelens en creativiteit. Vooral voor de jeugd is voldoende aanbod op het gebied van amateurkunst essentieel; in de kindertijd wordt immers de basis gelegd voor een leven lang deelnemen aan kunst en cultuur.

CW: ‘Als het slecht gaat met de economie is het voor gemeenten heel erg verleidelijk om op cultuur te bezuinigen. Op andere gebieden, zoals onderwijs en zorg, is het wettelijk vastgelegd dat er een minimum aantal voorzieningen in een gemeente moet zijn. Dit geldt niet voor cultuur. Bibliotheken en kunstencentra drukken, zeker bij kleine gemeentes, zwaar op de begroting. Als gemeenten moeten bezuinigen, halen ze daar dus vaak onmiddellijk een groot bedrag weg. Dat is zonde. Het kan enorm lonen als gemeentes en culturele instellingen eerst eens samen om de tafel gaan zitten om te kijken of ze een goedkoper en efficiënter bedrijfsmodel kunnen toepassen. Zo is het bijvoorbeeld goedkoper om zzp’ers in te huren dan vaste krachten en zou je op de kosten van het gebouw kunnen besparen, door daar bijvoorbeeld ook andere instellingen in onder te brengen. Dit soort veranderingen zijn echter niet van de ene op de andere dag doorgevoerd. Gemeenten moeten hier dus wel de tijd voor nemen. ’

DM: ‘Maar het is ook een kwestie van prioriteiten stellen. Neem de gemeente Leidschendam-Voorburg. Dat is een gemeente waar veel kinderen uit achterstandsgezinnen wonen. Voor hen is cultuurparticipatie ontzettend belangrijk, omdat ze dat vaak niet van huis uit meekrijgen. Dat ze uitgerekend in zo’n gemeente op de centra voor de kunsten hebben bezuinigd, vind ik dan ook onvoorstelbaar. En dat terwijl je gratis kunt parkeren in het centrum. Blijkbaar vindt de gemeente dat belangrijker.’

Marktwerking of subsidie

DM: ‘Welke aanpak het beste werkt, verschilt per gemeente. In een gemeente als Rotterdam waar veel kinderen in achterstandsgezinnen wonen, kun je cultuurparticipatie het beste aan het onderwijs koppelen. Terwijl je in een middenstadsgemeente of een gebied als Het Gooi, waar kinderen cultuur vaak van huis uit meekrijgen, de markt haar werk kunt laten doen. Maar het is ook weer niet de bedoeling dat de gemeente in dat soort gebieden haar handen helemaal van het beleid voor amateurkunst aftrekt. Zo zouden ze zo nu en dan moeten controleren of het aanbod wel divers genoeg is. Zijn er bijvoorbeeld niet te veel plekken waar je streetdance kunt doen of te weinig voor klassiek ballet?’

placeholder

Dirk Monsma

Welke aanpak het beste werkt, verschilt per gemeente.

Particulieren

DM: ‘Je ziet steeds vaker dat mensen zichzelf als particuliere muziek- of dansdocent aanbieden. Op zich geen verkeerde ontwikkeling, maar je kunt er wel kanttekeningen bij plaatsen. Zo bestaat het risico dat de diversiteit hieronder gaat lijden. Je verdient immers makkelijker je brood met pianoles dan bijvoorbeeld met harples, omdat daar minder animo voor is. Als muziekles alleen door particulieren wordt aangeboden, zal zoiets als harples snel verdwijnen. Bovendien verzorgen docenten die als zelfstandige werken vaak alleen individuele lessen en daar ben ik geen voorstander van. Kinderen leren immers juist veel van samenspel. Een ander risico is de betaalbaarheid. Cursussen die door particulieren worden gegeven, zijn simpelweg duurder dan de cursussen van gesubsidieerde instellingen. Daar komt bij dat voor kinderen die kunst en cultuur niet van huis uit meekrijgen de stap naar een muziekschool kleiner is dan naar lessen bij iemand thuis. Ik vind het daarom ook belachelijk als gemeenten centra voor de kunsten sluiten, omdat er genoeg particulier aanbod zou zijn. Centra voor de Kunsten moeten er overigens wel voor zorgen dat ze altijd goedkoper zijn dan particuliere docenten. Dat is niet altijd geval en dat is nu juist hun meerwaarde.’

Participatie

CW: ‘Participatie is ook een kwestie van definitie. In de cultuursector wordt participatie alleen gewaardeerd als het gaat om iemand die zelf cultuur maakt. Dat is te beperkt. De cultuursector moet het vrijwilligerswerk veel meer gaan omarmen en zien als een waarde op zich. Hierbij zou de cultuursector een voorbeeld moeten nemen aan de sportsector. Daar tel je ook als actieve participant mee als je bijvoorbeeld vrijwilligerswerk doet bij een sportclub. In de cultuursector is er amper oog voor de vrijwilligers die ervoor zorgen dat filmhuizen, poppodia en festivals kunnen voortbestaan. De cultuursector realiseert zich dan ook niet dat ook kunstcentra en bibliotheken veel meer gebruik zouden moeten maken van vrijwilligers.’

De tijd dat alles met professionals kon worden gedaan, is echt voorbij.

DM: ‘Voor cultuurparticipatie heb je altijd een kunstenaar nodig, of dit nu een musicus een schilder of een danser is. Die moet immers iets overbrengen. Daar kun je dus niet op bezuinigen. Maar dat geldt niet voor allerlei zaken daaromheen. Neem de organisatie van een voorstelling. Dat kun je meer aan ouders overlaten. Ook kunstcentra hoeven niet zoveel te kosten als je bijvoorbeeld ouders als vrijwilligers inzet.’

Onderwijs

DM: ‘Kunstencentra en bibliotheken zouden veel nauwer moeten samenwerken. Nu richten ze zich allebei al op onderwijs en fungeren ze allebei ook als ontmoetingsplek. Maar ze zouden ook samen met scholen integraal het cultuuronderwijs kunnen verzorgen. Je ziet nu al dat de zogenaamde brede scholen, die naast onderwijs ook naschoolse opvang en buitenschoolse activiteiten organiseren, steeds meer gaan dienen als centrum waar je ook muziek en andere kunstlessen kunt volgen. Door te centraliseren kun je meer doen met minder geld.’

placeholder

Cor Wijn

CW: ‘De scholen moeten we vol stoppen met boeken. En dan zou elke gemeente één centraal kunstcentrum moeten hebben. Afhankelijk van de grootte van de gemeente natuurlijk.’

DM: ‘In plaats van alle kunstcentra wegbezuinigen zouden gemeenten veel inventiever moeten zijn. Met het geld dat er voor cultuur beschikbaar is, zouden we veel meer kunnen organiseren dan we nu doen. In sommige gemeentes gebeurt dat al. Daar zie je bijvoorbeeld dat cultuurambtenaren amateurkunst met onderwijs, jeugdzorg, sport of naschoolse opvang proberen te verbinden. Door kunst aan scholen en andere instellingen te koppelen, kun je besparen zonder dat het perse ten koste gaat van het aanbod. Ook worden in sommige gemeentes leegstaande gebouwen voor amateurkunst ingezet, bijvoorbeeld als oefenruimte voor een dansschool. Bovendien zouden gemeentes zich moeten realiseren dat niet alleen de overheid subsidie voor amateurkunst kan verschaffen. Zo stimuleren sommige cultuurambtenaren instellingen om ook bij fondsen, banken en bedrijven aan te kloppen voor subsidie.’

Case gemeente Zuidwest Friesland

Gemeente: Sûdwest Fryslân
Aantal inwoners: 84.431
Aanbod amateurkunst: De gemeente Sûdwest Fryslân telt zevenendertig muziekverenigingen, achtenzestig koren en twintig toneelverenigingen.
Aantal leden amateurkunstverenigingen: 4. 181 (verspreid over zang, toneel, muziek en traditioneel folkloristische dans)

Beleid amateurkunst:
Ondanks dat de gemeente in 2012 fors moest bezuinigen, is ervoor gekozen de verenigingen voor amateurkunst in ieder geval tot 2016 te blijven subsidiëren. Bij de bibliotheken wordt in de periode 2014 tot en met 2016 in totaal wel 315.000 euro wegbezuinigd. Naast de reguliere subsidie voor amateurkunstverenigingen stelt de gemeente jaarlijks 42.000 euro beschikbaar voor het organiseren van eenmalige culturele activiteiten. Alle inwoners van de gemeente Sûdwest Fryslân kunnen hier aanspraak op maken. Tot nu toe verstrekte de gemeente een jaarlijkse subsidie van 2.895.005 euro aan het Cultuurkwartier Sneek. Deze zelfstandige instelling biedt onder andere onderwijs op het gebied van allerlei soorten kunsten, variërend van muziek tot theater. De lessen zijn toegankelijk voor zowel kinderen, jongeren als volwassenen.

Daarnaast organiseert het Cultuurkwartier een aantal keer per jaar een optreden in poppodium Bolwerk of theater Sneek. Bandjes uit de regio kunnen hier hun muziek laten horen. Op het budget van het Cultuurkwartier Sneek wordt wel bezuinigd, de subsidie wordt de komende twee jaar met 150.000 euro verlaagd. Het aanbod van verschillende kunstdisciplines zal gelijk blijven, maar er zullen wel minder lesuren worden aangeboden.

Case gemeente Eindhoven

Aantal inwoners: 220.000 inwoners.
Aanbod amateurkunst: De gemeente verleent in 2014 aan zesennegentig verschillende amateurkunstverenigingen subsidie. Deze verenigingen zijn verdeeld over de volgende disciplines: beeldende kunst, muziek, theater, dans en audiovisueel.
Aantal leden gesubsidieerde amateurkunstverenigingen: 3800 leden. Dit zijn echter niet alleen inwoners van Eindhoven, maar ook inwoners uit kleinere omliggende plaatsen. Buiten de gesubsidieerde verenigingen bestaan er nog vele niet-gesubsidieerde verenigingen en allerlei informele amateurkunstgezelschappen. Hoeveel dat er zijn, is niet bekend. Wel is bekend dat 61 procent van de inwoners van vijftien jaar en ouder in de gemeente Eindhoven een bepaalde vorm van amateurkunst beoefent. Dit betekent dus dat veel bewoners ook buiten verenigingsverband actief zijn op het gebied van cultuurbeoefening.

Beleid amateurkunst:
De gemeente Eindhoven trekt jaarlijks 380.000 euro uit voor subsidie aan amateurkunstverenigingen. Daarbuiten wordt er per jaar nog 20.000 euro besteed aan vernieuwende kunstactiviteiten die buiten het reguliere aanbod van verenigingen vallen. Nu worden de verenigingen nog ondersteund door de gemeente zelf, die ook de subsidie verstrekt. Maar er wordt nagedacht over een ander scenario voor de toekomst. Hierbij zou niet langer de gemeente, maar een groep van verschillende partijen in de stad, waaronder het Centrum voor de Kunsten, de Bond Eindhovense Muziekkorpsen (BEM) en de Eindhovense Koren Federatie (EKF), verantwoordelijk zijn voor de ondersteuning van amateurkunstverenigingen.

Dit zou ertoe moeten leiden dat amateurkunstverenigingen niet alleen op financieel vlak ondersteund worden, maar ook van oefenruimtes, advies en expertise worden voorzien. Ook zouden kleinere clubjes van amateurkunstenaars tegen een lage prijs een ruimte moeten kunnen huren.

Dit artikel is een portret uit de reeks verhalen die we delen binnen het programma: Cultuur maakt iedereen