maandag 22 Oktober 2018
dit is het online magazine van het Fonds voor Cultuurparticipatie. wil je een aanvraag doen, kijk dan op onze website

De Kunst van Publieksparticipatie

stadsmuseum Zoetermeer

De Nederlandse Museumvereniging publiceerde onlangs de museumcijfers 2014. Deze cijfers laten een stijging zien van het museumbezoek in 2014. Ondanks de toegenomen belangstelling blijken vooral de middelgrote en kleine musea niet in staat de zware klappen van de bezuinigingen op te vangen. Veel musea gaan daarom op zoek naar alternatieve inkomstenbronnen en methoden om draagvlak te creëren. Dit is één van de redenen waarom publieksparticipatie de laatste jaren zo populair is geworden in de museumwereld. Stagiair Laurens Kleijntjens deed in het kader van zijn studie Algemene Cultuurwetenschappen onderzoek.

Publieksparticipatie houdt in dat het museum haar autoriteit deelt met het publiek, dat zelf maker wordt en de inhoud mede bepaalt. Hierdoor krijgt het museum de mogelijkheid om in te spelen op actuele thema’s die leven in de gemeenschap. Bij dergelijke projecten hebben musea de kans nieuw publiek aan te trekken, draagvlak te creëren en nieuwe netwerken aan te leggen. Dit is echter gemakkelijker gezegd dan gedaan. Musea moeten bereid zijn een andere houding aan te nemen ten opzichte van hun publiek en de wil hebben om als organisatie te veranderen. Bij het Fonds voor Cultuurparticipatie heb ik een onderzoek gedaan naar de faal- en succesfactoren van publieksparticipatie in de Nederlandse museumsector. Waar lopen musea tegen aan tijdens het intensieve proces van verandering en wat is er nodig om publieksparticipatie tot een succes te maken?

Vier participatie niveaus
Volgens de Amerikaanse museumdeskundige Nina Simon zijn er vier niveaus van participatie.

  1. Publieksbijdrage - aan de bezoeker wordt een bijdrage gevraagd: feedback, een mening of een verhaal.
  2. Samenwerking - de bezoeker beslist mee over de inhoud van een tentoonstelling. Het museum heeft zelf de regie in handen en het proces ligt op voorhand vast.
  3. Co-creatie - samenwerking tussen het museum en externe partijen gaat al van start voordat het projectidee en de doelstellingen zijn ontwikkeld. Zij zijn gelijkwaardige partners en hebben beide hun eigen expertise.
  4. Hosting - het museum faciliteert. Het museum biedt ruimte aan externe partijen waar zij hun eigen doelen na kunnen streven zonder inmenging van het museum.

In de Nederlandse musea komen de laatste twee niveaus van participatie – co-creatie en hosting – nog nauwelijks voor. Hierdoor is de situatie hier anders dan in bijvoorbeeld Groot-Brittannië, waar musea al veel langer gestimuleerd worden om actief samen te werken met de gemeenschap.

Brits Our Museum programma
Het Britse Our Museum programma, in het leven geroepen door de Paul Hamlyn Foundation, helpt acht musea en galerieën in het Verenigd Koninkrijk met het transformeren van hun organisatie, het opbouwen van duurzame relaties in de omgeving en het betrekken van de gemeenschap bij het nemen van besluiten. Het doel van Our Museum is dat publieksparticipatie tot de kern van de museale organisatie gaat behoren en dus niet enkel in losse ad hoc projecten voorkomt. Dit blijkt ook in Nederland de belangrijkste drempel waar musea tegenaan lopen bij het doen aan publieksparticipatie. Doordat participatie vaak alleen wordt ingezet tijdens bepaalde tentoonstellingen of andere kortlopende projecten, verandert de organisatie zelf niet. Het gevolg is dat musea vaak na afloop van een project weer terugvallen in hun oude gewoonten en nieuw opgedane, waardevolle relaties in de ijskast belanden.

Om publieksparticipatie tot een succes te maken moeten musea de wil hebben om te veranderen en participatie moet daarom in de missie van het museum passen. Maak het een kerntaak en laat het niet alleen voorkomen in losse projecten.

Om dit te kunnen stimuleren, zouden er bepaalde eisen kunnen worden gesteld aan de basisfinanciering van musea. Voorwaarden zouden kunnen zijn dat musea meer aan co-creatie en hosting gaan doen en nieuwe netwerken aan moeten leggen in de omgeving. Fondsen en andersoortige subsidieverstrekkers, die vooral losse projecten financieren, zouden deze voorwaarden ook kunnen stellen. Ik denk dat dit de logische volgende stap is om publieksparticipatie tot een succesverhaal te maken en te verankeren in de Nederlandse museumsector.

Ga naar het hele verslag: De Kunst van Publieksparticipatie - Laurens Kleijntjens.pdf

placeholder

 

 

Laurens Kleijntjens (28) schreef zijn bachelorthesis/scriptie 'De kunst van publieksparticipatie' in opdracht van het Fonds voor Cultuurparticipatie voor de studie Algemene Cultuurwetenschappen aan Tilburg University.

Dit artikel heeft betrekking op de volgende regeling(en) van het Fonds voor Cultuurparticipatie website: Immaterieel Erfgoed 2013-2016

Dit artikel is een portret uit de reeks verhalen die we delen binnen het programma: Cultuur maakt iedereen