Visitatiecommissie prijst sterke band rijkscultuurfondsen met eigen sector
In opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft een visitatiecommissie het beleid en de dagelijkse praktijk van de zes rijkscultuurfondsen geëvalueerd: het Nederlands Filmfonds, Mondriaan Fonds, Fonds voor Cultuurparticipatie, Fonds Podiumkunsten, Nederlands Letterenfonds en Stimuleringsfonds Creatieve Industrie. De evaluatie ging over de periode 2023–2025.
De visitatiecommissie stelt vast dat de rijkscultuurfondsen elk een sterke band hebben met aanvragers, het eigen veld en de culturele sector. De commissie benadrukt het belang van een scherpe strategische positionering van de fondsen, gebaseerd op heldere beleidskaders van het ministerie. Hierdoor kunnen de specialistische kennis en signaleringsfunctie van de fondsen nog beter worden benut en krijgen zij meer ruimte om in het belang van de ontwikkeling van hun sector in te spelen op opkomende vraagstukken en veranderende omstandigheden. Ook kunnen zij impactsturing beter inzetten.
De kracht van de fondsen ligt […] niet alleen in het zorgvuldig uitvoeren van regelingen, maar ook in hun verbinding met makers en de samenleving. De cultuursector is als geen ander in staat om te verbeelden, te bevragen en te verbinden.
Voorzitter Inge Brakman
Heldere verwachtingen
De commissie ziet kansen voor meer afstemming in vraagstukken die de grenzen van afzonderlijke sectoren (deels) overstijgen, zoals kunstmatige intelligentie en duurzaamheid. Ze is positief over de gemeenschappelijke aanpak in het Caribisch deel van het Koninkrijk, waar de fondsen onder meer via een meertalige website en specifieke regelingen, gemeenschappelijk hebben geïnvesteerd in zichtbaarheid, bereikbaarheid en ondersteuning. Ook ziet ze dat de werkvelden zijn verbreed en zowel de geografische spreiding als de diversiteit van de aanvragers bij alle fondsen is vergroot.
De commissie concludeert verder dat de communicatie van de fondsen is verbeterd, om heldere verwachtingen te creëren bij aanvragers, zowel voorafgaand aan de aanvraag als bij het uiteindelijke besluit. Tegelijkertijd ziet ze dat de druk op de beschikbare middelen in combinatie met toegenomen verwachtingen richting de fondsen, binnen veel sectoren tot teleurstelling heeft geleid. Dit vraagt om keuzes over de prioritering van middelen en doelstellingen.
Het algemene oordeel van de commissie is overwegend positief. De visitatiecommissie ziet een koersvast Fonds voor Cultuurparticipatie met een unieke positie binnen het cultuurstelsel. Als financier van brede cultuurbeoefening staan we dicht bij verenigingen, scholen en gemeenschappen. De commissie ziet het directe contact met het culturele veld en onze groeiende aanwezigheid in de regio als een belangrijke kracht.
Ook waardeert de commissie onze duidelijke beleidslijnen, het directe contact met het veld en de ruimte voor maatwerk. Tegelijkertijd vraagt de sterke groei van het aantal aanvragen om verdere ontwikkeling van de werkwijze. Als Fonds gebruiken we de bevindingen van de commissie om ons beleid en onze werkwijze verder te ontwikkelen en toegankelijk te blijven voor een breed en divers cultureel veld.
De belangrijkste bevindingen over het Fonds voor Cultuurparticipatie
- Unieke positie binnen het cultuurstelsel
Als enige van de zes rijkscultuurfondsen richt het Fonds zich op brede cultuurbeoefening en het amateurdomein. Daarmee investeert het Fonds in de culturele basis: cultuurbeoefening bij verenigingen, op school en in de buurt. Onderzochte stakeholders noemen het Fonds in dit verband: “een uniek en essentieel onderdeel van het culturele bestel; de basisvoorziening die voorwaarden schept voor brede cultuurdeelname.” - Dicht bij het veld en sterker aanwezig in de regio
De commissie ziet het directe contact met het culturele veld en de aanwezigheid in de ‘haarvaten’ van de samenleving als een belangrijke kracht. Met onder meer Fonds in de Regio versterkt het Fonds zijn aanwezigheid in de verschillende regio’s en het contact met nieuwe doelgroepen en aanvragers. - Koersvast en ruimte voor maatwerk
De commissie waardeert de vereenvoudiging van de programmalijnen en de duidelijkheid die daardoor is ontstaan. Zij ziet een koersvast Fonds dat tegelijkertijd ruimte biedt voor maatwerk en flexibel inspeelt op ontwikkelingen in het veld. - Meer bewust van de eigen rol
De commissie is positief over de manier waarop het Fonds scherper is gaan bewaken welke maatschappelijke opdrachten passen bij de eigen opdracht en taakstelling. Daarbij neemt het Fonds meer regie. - Omgaan met de grote vraag naar subsidie
Het aantal aanvragen en afwijzingen is sterk gegroeid. De commissie moedigt het Fonds aan om de zoektocht naar andere werkwijzen deze beleidsperiode af te ronden, zodat het beleid voorspelbaarder wordt en het Fonds minder kwetsbaar. Zij is daarbij positief over de vernieuwingskracht die het Fonds laat zien, onder meer met de pilot trust-based financieren.
Hoe wij hiermee verder gaan
De aandachtspunten van de commissie herkennen we. Met name de sterke groei van het aantal aanvragen is een vraagstuk waar we al langer mee bezig zijn. We onderzoeken hoe we onze regelingen toegankelijk kunnen houden en hoe we aanvragen op een passende manier kunnen behandelen. De bevindingen van de commissie nemen we daarin mee.
Daarbij onderzoeken we verschillende werkwijzen en financieringsvormen. In het rapport worden onder meer de pilot trust-based financieren, de inzet van regiomakelaars en samenwerking met crowdfundingplatform Voordekunst genoemd. Over mogelijke veranderingen zijn nog geen definitieve keuzes gemaakt. Zodra daarover besluiten zijn genomen, informeren we het culturele veld.
Download het visitatierapport en bijlagen
Over de visitatie
Elke vier jaar evalueert een visitatiecommissie de rijkscultuurfondsen: Fonds voor Cultuurparticipatie, Fonds Podiumkunsten, Mondriaan Fonds, Nederlands Filmfonds, Nederlands Letterenfonds en Stimuleringsfonds Creatieve Industrie. De commissie doet dit in opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De visitatiecommissie bestond uit Inge Brakman (voorzitter), Farid Tabarki, Irene Costera Meijer, Werner Schouten, Ann Overbergh en Maike Olij (secretaris). Het rapport van de visitatiecommissie is op 30 september in ontvangst genomen door Youssef Louakili, directeur-generaal Cultuur en Media op het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.