Column Gabbi Mesters: ”De kracht van de regio”
Onlangs was ik te gast op Aruba en Curaçao. Over zulke verre reizen voel ik me altijd een beetje bezwaard, want vliegen en het klimaat zijn geen lekkere combinatie, een ticket is duur, en hoe moet dat dan met al mijn andere werk?
Maar eenmaal op de eilanden, wist ik meteen weer hoe ontzettend belangrijk het is om zo nu en dan ter plekke te zijn. Want pas als je iets met eigen ogen ziet, met eigen oren hoort en met je eigen ziel ervaart, snap je een situatie echt.
En ik zag, hoorde en ervaarde hoe cultuur daar leeft: brassbands, koren, toneelverenigingen, muzieklessen op scholen. Dezelfde basisvorm als in Nederland maar in een totaal andere context, op een andere schaal, in een andere taal, in een – ook letterlijk – ander klimaat.
We ondersteunen culturele initiatieven op de eilanden al een tijd. En nu zag ik zelf de betekenis ervan. Ik ben ervan overtuigd dat iets pas kunt begrijpen als je het voelt. Zo maakten mensen bij de Stichting Kaya Kaya prachtige, kleurige muurschilderingen op hun huizen. Die gaven hun wijk zo’n enorme boost, dat er inmiddels een jaarlijks festival omheen wordt georganiseerd, waarop Jan en alleman afkomt. Een dag vol muziek, dans, samen eten, ontmoetingen, verbinding en inspiratie. Goed voor de mensen in de wijk, goed voor de bedrijfjes van de mensen die er wonen. Wat ik zag: als cultuur ergens de kans krijgt om te wortelen, houdt ze mensen bij elkaar, en kan ze hele gemeenschappen dragen. Dat organiseer je niet vanuit Utrecht of Den Haag. Dat is iets dat van binnenuit op een bepaalde plek groeit, als wij de juiste omstandigheden creëren om dat te stimuleren.
Precies dat zie ik elke dag in ons werk: goede ideeën ontstaan overal. Bij een muziekvereniging in Oost-Groningen die overeind blijft omdat lokale steun, provinciale kennis en landelijke middelen samenkomen. In een broedplaats in Zeeland waar talentontwikkeling en gemeenschapsvorming hand in hand gaan. In cultuurprojecten in krimp- en grensregio’s, waar een eenmalige impuls niet genoeg is, maar het juist aankomt op continuïteit.
Wat die projecten ons leren, is eenvoudig maar tegelijkertijd heel wezenlijk: een one size fits all-aanpak werkt in onze branche niet. Daarvoor verschillen regio’s te veel van elkaar in schaal, infrastructuur, draagkracht en netwerk. Wat in een stad vanzelfsprekend is, is in de provincie of een regio soms niet aanwezig, en andersom. Wat op de ene plek werkt, kan ergens anders tekortschieten. De mensen of de plannen zijn niet minder, maar de context verschilt.
Dat inzicht leidde ertoe dat wij als Fonds steeds regiogerichter werken. We brengen praktijkkennis, regionale realiteit en landelijke verantwoordelijkheid bij elkaar. Vorige week organiseerden we de eerste zogeheten Windstreeksessie: in Drachten kwamen mensen uit de wereld van cultuurbeoefening bij elkaar om te bespreken hoe wij kunnen helpen de samenwerking in het noorden van het land te versterken. Tijdens zo’n middag wordt duidelijker waar en waarom bepaalde projecten vastlopen, en hoe we dat kunnen oplossen – dwars door alle bestuurslagen heen.
Vanuit diezelfde overtuiging werken we aan de landelijke opschaling van de Regiomakelaars, samen met alle twaalf provinciale steuninstellingen. Organisaties die hun regio goed kennen, die verbindingen leggen tussen cultuurmakers, gemeenten, fondsen en andere partners met wie ze ook data uitwisselen om nog beter te weten waarover we precies praten. Want we weten inmiddels: nabijheid werkt. Ze verkleint de afstand tussen een goed idee en de mensen die dat kunnen waarmaken. En ze zorgt ervoor dat signalen uit de regio terechtkomen bij landelijke beleidsmakers zodat zij leren van de praktijk, in plaats van andersom.
Want die afstand is soms nog altijd groot. Een subsidieaanvraag schrijven kost tijd en kennis die niet iedereen heeft. Samen met Voordekunst, het Cultuurfonds en het VSBfonds werken we daarom aan een eenvoudiger aanvraagroute voor projecten, zodat mooie plannen en prachtige ideeën niet verdwijnen in een wirwar van loketten en procedures.
Toen ik ook op Curaçao opnieuw zag hoe cultuur mensen bij elkaar brengt, hoe een muurschildering een wijk een gezicht en aanloop geeft, hoe een koor een gemeenschap bij elkaar houdt, dan kunnen we niet anders dan ons zo organiseren dat die praktijk wordt versterkt. De regio – of die nu aan de grenzen van Nederland liggen of ver over zee – is niet iets wat we ‘bedienen’. Het zijn plekken waar cultuur leeft. En precies dáár begint onze opdracht.