Geschiedenis van het Fonds

Cultuur is een zaak van alle mensen. Muziek maken, toneelspelen, fotograferen, schrijven of ontwerpen: miljoenen mensen in Nederland beleven er –individueel, maar vaak samen – wekelijks plezier aan. Weer anderen verdiepen zich enthousiast in streek- of familiegeschiedenis. Of doen vrijwilligerswerk in musea, bibliotheken of archieven. Van de vroegste kindertijd tot op hoge leeftijd zijn mensen cultureel actief. Met de oprichting van het Fonds voor Cultuurparticipatie in 2009 kregen amateurkunst en cultuureducatie een stevige impuls.

Nederland kent een lange traditie als het gaat om het stimuleren van cultuurdeelname. Binnen het cultuurbeleid bestaan al decennialang spreidingsidealen, zowel geografisch als demografisch. Streven is kunst en cultuur voor iedereen bereikbaar te maken en niet alleen voor een kleine elite. Lange tijd lag de nadruk daarbij op receptieve cultuurdeelname, zoals het luisteren naar muziek, het kijken naar voorstellingen en het genieten van beeldende kunst in bijvoorbeeld musea. Met het Fonds voor Cultuurparticipatie is daarin een belangrijke verandering gekomen; de nadruk ligt nu op actieve participatie. Het Fonds wil meer mensen in de gelegenheid stellen om zelf muziek te maken, zelf te fotograferen of films te maken, zelf te dansen of zelf als vrijwilliger te werken bij een erfgoedinstelling.

Inmiddels is het Fonds bezig aan haar derde beleidsperiode (2017-2020).