zondag 22 Juli 2018
dit is het online magazine van het Fonds voor Cultuurparticipatie. wil je een aanvraag doen, kijk dan op onze website

Vmbo-leerlingen maken cultuur

Vmbo-leerlingen maken cultuur

Het Fonds voor Cultuurparticipatie spant zich in voor cultuureducatief aanbod van hoog niveau, niet alleen in het basisonderwijs maar ook in het vmbo-onderwijs. In 2013 kwam daarom in samenwerking met het Prins Bernhard Cultuurfonds een unieke subsidieregeling tot stand.

Samen ondersteunen de fondsen gedurende de schooljaren 2013-2014 en 2014-2015 negen culturele instellingen die in samenwerking met vmbo-scholen een tweejarig cultuureducatief traject voor leerlingen ontwikkelen. De trajecten zijn onder andere gericht op een intensieve en duurzame samenwerking tussen de school en de culturele omgeving. Hieronder vertellen betrokkenen van drie van deze projecten over hun ervaringen.

Cultuurdagen in Kampen
Toen de vaste docent Culturele en Kunstzinnige Vorming (ckv) twee jaar geleden vertrok, besloot de reformatorische Pieter Zandt Scholengemeenschap in Kampen voor de vmbo-afdeling een andere invulling aan het vak ckv te geven. Voorheen moesten de leerlingen tijdens de ckv-lessen vooral stilzitten én luisteren, terwijl vmbo’ers juist echte doeners zijn. De school riep de hulp in van Centrum voor Kunsteducatie Quintus. Samen met de school werd vervolgens een cultureel programma ontwikkeld, waarbij derdeklas vmbo-leerlingen in aanraking komen met culturele instellingen uit de buurt. Het programma bestaat uit vijf verschillende projectdagen die verspreid zijn over het hele schooljaar. Tijdens deze dagen wordt aandacht besteed aan uiteenlopende kunstvormen variërend van literatuur en muziek tot beeldende kunst

Op de Pieter Zandt Scholengemeenschap zijn drie verschillende vmbo-niveaus. Daarnaast kunnen leerlingen kiezen uit de sectoren Techniek, Handel en Zorg & Welzijn. Quintus vindt het belangrijk om op maat te werken en daarom zijn de projectdagen aangepast aan het niveau en studieprofiel van de leerling. Zo wordt er bij een bezoek aan een middeleeuws schip bij leerlingen van de richting Zorg & Welzijn nadruk gelegd op de hygiëne en verzorging op een schip uit die tijd, terwijl er tijdens de projectdag voor de Techniek-sector meer aandacht wordt besteed aan de manier waarop het schip gebouwd is.

Gerrit Jan van der Haar (44), docent godsdienst en maatschappijleer Pieter Zandt College. Tevens coördinator van het project vanuit de school zelf
‘De leerlingen zijn een stuk enthousiaster over de projectdagen dan over de reguliere ckv-lessen. Tijdens die lessen keken ze meestal verveeld, terwijl je ze tijdens de projectdagen écht ingespannen bezig ziet zijn. Voorheen was er één docent die ckv gaf, nu wordt er van alle docenten verwacht dat ze bijdragen aan de projectdagen. Dat was even wennen maar daar zitten ook voordelen aan. Zo kunnen docenten wat de leerlingen hebben gezien en geleerd tijdens de projectdagen ook weer gebruiken voor hun eigen lessen. Neem de muziekdag op Quintus. Daar kwamen de leerlingen in aanraking met allerlei verschillende instrumenten, waaronder een pijporgel. Een docent natuurkunde kan bijvoorbeeld aan de hand van dat instrument uitleggen hoe luchtdruk werkt. Dat maakt een les meer beeldend. We hebben de subsidie die we van het Fonds voor Cultuurparticipatie hebben gekregen, gebruikt om het programma op te starten. Maar we willen straks ook zonder subsidie doorgaan met dit programma.’

Trudi Brink (50), projectcoördinator Centrum voor Kunsteducatie Quintus:
‘Het Pieter Zandt is een reformatorische school en hanteert de Tien Geboden als referentiekader. Daar houden we natuurlijk rekening mee. We hebben bijvoorbeeld geen dans in het programma opgenomen omdat dat vanwege het lichamelijke contact dat daarbij komt kijken, gevoelig ligt. Toch vind ik dat de school ons vrij heeft gelaten, er is veel mogelijk. De focus ligt voornamelijk op zelf dingen doen. Dat werkt voor deze leerlingen gewoon veel beter dan bijvoorbeeld luisteren naar een gids.

Vanaf het begin hebben we ons best gedaan om de docenten erbij te betrekken. Dat is ook belangrijk voor de continuïteit van het project. Niet elke docent heeft evenveel culturele bagage maar het zijn wel de docenten die uiteindelijk de leerlingen moeten enthousiasmeren.Toen we de activiteiten aan het voorbereiden waren, zijn we met de docenten naar verschillende culturele instellingen gegaan. Zo konden we samen met hen onderzoeken wat we precies met de leerlingen zouden gaan doen. Het komende jaar is het belangrijk dat we het project nog efficiënter integreren in het curriculum van de school. Zo zouden we de projectdagen bijvoorbeeld kunnen koppelen aan onderwerpen die binnen vakken als Engels en Nederlands aan bod komen.’

Hilse Korf (15) en Lisa-Marie Post (15), beiden leerling 3 vmbo-kader Zorg en Welzijn, uit Urk:
‘We zijn een dag naar Elburg geweest. Na afloop moesten we op de computer een informatiefolder over Elburg ontwerpen voor de VVV. Ook hebben we een dag de Thea-Beckmanroute gelopen in Kampen. Toen gingen we langs allerlei plekken die in de boeken De stomme van Kampen en Gekaapt voorkomen.’

'Ik heb nu bijvoorbeeld geleerd hoe ik op een djembé moet spelen. Dat kon ik daarvoor niet'

Hilse Korf en Lisa-Marie Post sommen op wat ze tijdens de projectdagen allemaal gedaan hebben maar pas als ze over de muziekdag beginnen te vertellen, worden ze écht enthousiast. Lisa-Marie: ‘Daar hoefden we niet naar een gids te luisteren maar mochten we zelf instrumenten bespelen.’Hilse: ‘Ik heb nu bijvoorbeeld geleerd hoe ik op een djembé moet spelen. Dat kon ik daarvoor niet.’ Vooral Lisa-Marie vindt het jammer dat ze volgend jaar geen projectdagen meer hebben. ‘Ik zou nog wel meer willen leren, gitaarspelen bijvoorbeeld,’ vertelt ze.

Filmmakers in Hoogezand
Wat wil je onderzoeken? Welke vragen ga je stellen? Wat wil je laten zien? Met deze vragen hielden de eersteklas vmbo t-leerlingen van het dr. Aletta Jacobs College in Hoogezand zich het afgelopen schooljaar bezig. Ze doen mee aan het project Cultuurreporters dat georganiseerd wordt door stichting De Frisse Blik.

Tijdens dit twee jaar durende project leren leerlingen niet alleen zelf een film te maken maar ook kritisch naar media te kijken. Het afgelopen schooljaar hebben de leerlingen twee blokken, ieder bestaande uit drie dagen, les gehad in het maken van film. Ze filmden onder andere elkaars talent, deden straatinterviews over een bepaalde plek in de wijk, en filmden en interviewden lokale ondernemers. Volgend jaar zullen dezelfde leerlingen doorgaan met dit project. De medewerkers van De Frisse Blik hebben eerst de docenten geleerd hoe ze moeten filmen en monteren zodat zij dit weer kunnen uitleggen aan de leerlingen. Voor Cultuurreporters hebben alle leerlingen een iPad te leen gekregen die ze ook mee naar huis mogen nemen. Met deze iPad kunnen ze zowel filmen als filmpjes monteren.

Els Venema (55), teamleider vmbo theoretische leerweg dr. Aletta Jacobs College:
‘Cultuurreporters voegt echt wat toe aan ons curriculum. Als cultuurprofielschool, organiseren we al een heleboel op het gebied van kunst en cultuur. We hadden in vmbo-t alleen nog nooit iets met film gedaan. Bij Cultuurreporters komen een heleboel vaardigheden aan bod waar de leerlingen in hun verdere loopbaan veel aan kunnen hebben, zoals interviewen, vragen formuleren maar ook zichzelf presenteren. Ook leren ze wat het betekent om verantwoordelijkheid te nemen voor hun werk; ze moeten de films die ze maken immers volledig en goed afleveren. We hebben aan Cultuurreporters mee kunnen doen dankzij de subsidie van het Fonds voor Cultuurparticipatie. Maar we willen er in de toekomst ook graag mee doorgaan. Hoe we dat zouden kunnen financieren, moeten we nog bedenken.’

placeholder

Meldrid Ibrahim (26), educatief medewerker bij Stichting de Frisse Blik:

‘Film is een heel goed medium voor jongeren en dan met name voor vmbo-leerlingen. Het is namelijk erg gericht op zelf dingen doen. De Frisse Blik organiseert hoofdzakelijk film- en mediaprojecten. Tot nu toe waren dit vooral korte projecten; dit is de eerste keer dat we een langer lopend traject organiseren.

Het doel van het project is dat de leerlingen kritisch leren kijken naar media. Ze maken niet alleen film maar krijgen ook verschillende tv- en documentairefragmenten te zien. Hier krijgen ze vervolgens vragen over. Zo leren ze na te denken over waarom de maker het fragment op een bepaalde manier gefilmd heeft en wat de boodschap is die hij heeft willen overbrengen. Daardoor realiseren ze zich ook dat je als televisiemaker de beeldvorming van de kijker kunt beïnvloeden. De docenten die Cultuurreporters geven, hebben zich hier zelf voor opgegeven. Dat maakt dat ze allemaal heel enthousiast zijn.

Je kunt film ook heel goed voor andere vakken inzetten. Zo zouden leerlingen voor het vak geschiedenis bijvoorbeeld hun opa of oma kunnen interviewen over de Tweede Wereldoorlog en daar een filmpje van maken. Door de subsidie die we hebben gekregen, hebben we deze lesmethode kunnen ontwikkelen. Deze methode kunnen de docenten gewoon blijven gebruiken als de subsidie straks afloopt.’

Tim Doesburg (13), eerste klas vmbo-t
‘De eerste keer dat ik iemand moest interviewen die ik niet kende, vond ik heel spannend. Daarvoor had ik nog alleen mijn klasgenootjes en andere leerlingen van de school geïnterviewd. Maar nu moest ik een wildvreemde meneer op straat aanspreken en hem vragen wat hij vond van het winkelcentrum in Hoogezand. Maar we hebben geleerd dat je als interviewer nooit bang moet zijn om iemand iets te vragen. Filmpjes monteren is niet moeilijk. Daar hebben we een speciaal programma voor. Je hoeft alleen maar al je beeldmateriaal daarin te zetten. De beelden die je niet wilt gebruiken, kan je daar uitmonteren. Vandaag gaan we naar een kiosk om de eigenaar te interviewen over zijn bedrijf. We zijn daar vorige week een keer naar binnengestapt om alvast een afspraak te maken. Cultuurreporters vind ik veel leuker dan andere vakken op school omdat je hier écht zelf iets mag maken. Als een filmpje er goed uitziet, ben ik ook heel trots op mezelf. Ik vind het heel leuk dat we volgend jaar doorgaan met dit project, dan kan ik nog beter leren interviewen en monteren.’

 

Tim

Kunstmeubels in Oss
Van de bibliotheek tot aan de bakker. In het centrum van Oss vind je overal kunstmeubels van karton-maché. De meubels zijn gemaakt door tweedejaars vmbo-leerlingen van het Hooghuis in Oss en staan nu verspreid door het stadscentrum. De leerlingen doen mee aan het tweejarige project “Vmbo-leerlingen ontmoeten spierballenkunst” met als thema “Techniek in de hedendaagse beeldende kunst”. Voor dit thema is gekozen omdat het, gezien hun verdere loopbaan, belangrijk is dat deze leerlingen meer in aanraking komen met vaardigheden als metselen, lassen en solderen. Het Museum Jan Cunen organiseert dit project samen met het Hooghuis.

Tijdens dit twee jaar durende project gaan de leerlingen zelf aan de slag aan de hand van het werk van twee kunstenaars wiens werk in Museum Jan Cunen tentoon wordt gesteld. Het afgelopen schooljaar was het werk van de leerlingen geïnspireerd door werk van beeldhouwster Maartje Korstanje, volgend jaar staat het werk van schilder en beeldhouwer Gijs Assman centraal. Gedurende drie maanden werd er tijdens de lessen beeldende vorming aan het project gewerkt. Voor aanvang van de lessen bezochten leerlingen de tentoonstelling /Metamorfoses/ van Maartje Korstanje, waardoor ze geïnspireerd aan de slag konden.

 Karin Schipper (31), educatiemedewerker Museum Jan Cunen
‘We hebben intensief samengewerkt met de vakgroep beeldende vorming. Die docenten waren ook heel enthousiast. De school geeft deze docenten veel vrijheid om zelf hun lessen vorm te geven, die vrijheid hebben wij hen ook gegeven. De opdracht was het maken van een fantasiewezen waar je in kan zitten, iets in kan opbergen, waar je iets op kan zetten of dat licht geeft.

Tussen het werk van Maartje Korstanje zit ook een aantal meer functionele kunstwerken. Zoals bijvoorbeeld een stoel van karton-maché. Het is voor leerlingen fijn als een object een functie heeft, in plaats van dat je er alleen naar kunt kijken. Daarom hebben we er ook voor gekozen om kunstmeubels te maken met de leerlingen. We hebben ook een aantal derdejaars bij dit project betrokken. Zo hebben de leerlingen van de richting bouw de basisvormen van de meubels gemaakt.

De docenten van de vakgroep techniek en wonen & interieur waren ook heel enthousiast over dit project. Ik had hen er graag meer bij willen betrekken maar wegens hun strakke lesprogramma was dat dit jaar niet mogelijk. Ik hoop dat hier volgend jaar meer ruimte voor is.’

Petra van de Coolwijk (38), docent beeldende vorming op het Hooghuis
‘Onze school besteedt veel aandacht aan kunst en cultuur. Maar dit project is uniek omdat het leerlingen inzicht geeft in wat het maken van kunst nu eigenlijk inhoudt. Maartje heeft laten zien dat kunst begint bij een inspiratiebron en dat je daar uiteindelijk je eigen ontwerp van maakt.

De leerlingen hebben geleerd om op een hele andere manier te werken dan ze gewend zijn. Ze moesten van een vorm uitgaan, in het geval van mijn klas was dat een tak. Vanuit daar moesten ze verder werken. Er kwam een heleboel improvisatie bij kijken. Dat voelde voor sommige leerlingen echt als een bevrijding. De spanningsboog van deze leerlingen is vrij kort. Als ze te lang aan één opdracht moeten werken, verliezen ze hun interesse. Het project was dus eigenlijk een beetje te lang voor ze. Daar zouden we bij een volgend project van kunnen leren. Het heeft mij geen moeite gekost om dit project in het vaste curriculum op te nemen. Natuurlijk moet je als docent wel rekening houden met de eisen die in het schoolexamen aan de leerlingen worden gesteld. Maar veel elementen die aan bod moeten komen, zoals 3D of solderen, zitten in bijna elke beeldende opdracht. ’

'Ik heb daaraan meegewerkt'

Tijn van de Broek (15), tweede klas vmbo basis:
‘Het museumbezoek vond ik eerst niet zo leuk omdat we veel moesten luisteren. Maar ik vond het wel interessant om te horen welke materialen Maartje voor haar kunstwerken had gebruikt en hoe ze op de ideeën daarvoor was gekomen. Ik heb ook anders leren kijken, soms lijkt een boom of een steen die je in de natuur tegenkomt bijvoorbeeld net een kunstwerk. Ik vond het heel fijn dat ik zelf mocht bepalen wat ik ging maken. Normaal moet ik eerst allemaal schetsen maken, nu mocht ik gewoon gelijk beginnen. Ik zou het leuk vinden als dat in de normale lessen ook wat meer zou mogen. Nu heb ik geleerd dat je gewoon moet beginnen en dat er dan wel wat moois uitkomt. Toen ik laatst in de V&D was, zag ik een meubel van ons project staan. ‘Ik heb daaraan meegewerkt,’ dacht ik toen. Daar was ik wel trots op.’

Dit artikel heeft betrekking op de volgende regeling(en) van het Fonds voor Cultuurparticipatie website: Cultuureducatie vmbo en praktijkonderwijs

Dit artikel is een portret uit de reeks verhalen die we delen binnen het programma: Cultuur maakt iedereen