donderdag 19 April 2018
dit is het online magazine van het Fonds voor Cultuurparticipatie. wil je een aanvraag doen, kijk dan op onze website

Samen voor de klas maakt het hoger onderwijs verschil

Conferentie Cultuureducatie met Kwaliteit

‘Benieuwd wat de dag gaat brengen, het begint bij de student!’ ZangExpress stuurt donderdagochtend de eerste tweet over de #conferentieFCP de wereld in en slaat daarmee de spijker op de kop. Pabostudenten die goed cultuuronderwijs krijgen, kunnen na de opleiding ook goed cultuuronderwijs geven. Maar is daar wel tijd en ruimte voor? En hoe kunnen deelnemers aan Cultuureducatie met Kwaliteit de samenwerking met pabo’s bevorderen? Vragen die tijdens de conferentie Samen voor de klas maakt het hoger onderwijs verschil regelmatig langskomen.

Het hoger onderwijs is een mooi thema voor deze vierde bijeenkomst, waarop deelnemers van de matchingsregeling en de flankerende projecten volop ervaringen en inzichten uitwisselen. Hogescholen en universiteiten zijn steeds meer betrokken bij Cultuureducatie met Kwaliteit. Met flankerende projecten die het programma ondersteunen, werken zij mee aan het verbeteren en verankeren van cultuureducatie in het primair onderwijs.

Conservatorium Amsterdam
Tijdens de eerste plenaire bijeenkomst in de grote zaal bevraagt dagvoorzitter Ruben Maes de directeur van het Amsterdamse Conservatorium Janneke van der Wijk over het flankerende project Muziekeducatie doen we samen. Het conservatorium werkt samen met de Universitaire Pabo van Amsterdam om de afstemming tussen vakleerkrachten en groepsleerkrachten te verbeteren.

Van der Wijk: ‘Pabo’s besteden te weinig tijd aan muziekonderwijs. Ook is het aanbod niet afgestemd op wat kunstvakstudenten leren. Dat is jammer, want zij kunnen het onderwijs op basisscholen samen naar een hoger plan tillen. Voor kunstvakstudenten is het juist belangrijk om goed te leren omgaan met een groep. Hoe houd je orde, wat gebeurt er in kringgesprekken en tijdens de dagopening? Om hun vaardigheden beter op elkaar af te stemmen en dezelfde taal te leren spreken, werken wij samen met verschillende pabo’s. We proberen onze curricula op elkaar te laten aansluiten en we zijn gestart met gezamenlijke stages. Een simpele oplossing, maar het levert veel op.’

Hoe kan cultuureducatie volgens haar naar een hoger plan worden getild, vraagt Maes zich af. ‘Door niet alleen op projectbasis te werken, maar doorlopende leerlijnen te ontwikkelen. In Amsterdam hebben de gemeente en de schoolbesturen een convenant getekend waarin vaststaat dat kinderen minimaal drie uur per week cultuuronderwijs moeten krijgen. Dat vind ik een mooi uitgangspunt.’
Van der Wijk kijkt met vertrouwen naar de toekomst. ‘Overal in het land worden nu mooie initiatieven ontwikkeld en de pabo’s zijn bezig om zichzelf opnieuw uit te vinden. Zij vragen advies aan ons over profielen en specialisaties. Als we met zijn allen blijven investeren, kennis bij elkaar brengen en goede methodieken en leerlijnen ontwikkelen, wordt het onderwijs beter en is het instroomniveau van de student straks een stuk hoger. Dat scheelt al een heleboel.’

Reacties zaal
De zaal is het hartgrondig met Van der Wijk eens: cultuureducatie zou een vaste plek moeten krijgen in het curriculum van pabo’s en Cultuureducatie met Kwaliteit zou daaraan bij kunnen dragen. Helaas lukt het niet iedereen om een samenwerking tot stand te brengen. Sommige pabo’s geven aan er geen tijd voor te hebben. Ze vinden het lastig om ruimte maken in het curriculum. Lili Schutte van Conservatorium Amsterdam geeft advies: ‘Ik werk mee aan Muziekeducatie doen we samen en zit in een werkgroep met muziekdocenten van drie pabo’s. Zij hebben zeker hart voor de zaak, maar ze moeten vechten voor hun uren en faciliteiten. Benader ze dus niet aanvallend door te zeggen wat allemaal beter moet, maar benadruk wat wel goed gaat en werk aan je gezamenlijke doel.’

Ook Lummie Fokkema, projectleider van KEK! en coördinator Kunst en Educatie bij Keunstwurk in Friesland, geeft aan heel prettig met pabo’s samen te werken. ‘Wij bieden projecten aan om leerkrachten te inspireren. Ze gaan terug naar de basis: zelf zingen, tekenen, toneelspelen en speuren naar erfgoed. Hieraan doen ook pabostudenten mee. Met ons doorzettingsvermogen, enthousiasme en natúúrlijk onze charme is het gelukt om pabodocenten ervan te overtuigen dat onze projecten hun curriculum versterken. De samenwerking staat of valt met de motivatie van docenten. Zij hebben inderdaad weinig tijd, dus ze zullen er vrijwillig extra uren in moeten stoppen.’

Om op pabo’s meer tijd te kunnen besteden aan cultuureducatie is een vakoverstijgende aanpak nodig, denkt Tamara Roos van Artiance in Alkmaar. ‘Wij willen dat pabostudenten vakoverstijgend leren werken, omdat je cultuureducatie heel goed kunt combineren met andere vakken en projecten. Zo kun je er tijd aan besteden zonder enorm te worstelen met het curriculum.’

Deelsessies
Vakoverstijgend werken is een onderwerp dat tijdens de conferentie veelvuldig wordt aangekaart. Over de precieze invulling ervan ontstaan pittige discussies. Is het zingen van de tafels al voldoende of komt er meer bij kijken? De deelnemers aan de deelsessie van de Iselinge Hogeschool worden het er niet over eens, maar het gesprek zet aan tot nadenken.

Het vakoverstijgend lesgeven zal in het project van de Iselinge Hogeschool uit Doetinchem in ieder geval worden meegenomen, zegt Eeke Wervers van het LKCA. Zij en Daniëlle Bouwmeester, pabodocent dans en theater, vertellen over hun aanvraag namens het landelijke netwerk van pabo’s. ‘Wij zijn voor de zomervakantie begonnen met het ontwikkelen van een methode om alle pabostudenten dezelfde basiskennis van cultuureducatie mee te geven. Tien pabo’s denken in ontwikkelgroepen na over wat de student moet kunnen en kennen als hij klaar is met de opleiding en hoe we dat kunnen realiseren. De resultaten bespreken we in netwerkbijeenkomsten waar alle pabo’s aanwezig zijn. Conclusies tot nu toe zijn dat je beter een aantal dingen heel goed kunt doen dan alles een beetje. We willen in de eerste twee jaar een beperkt kerncurriculum invoeren en in de laatste twee jaar profielen. Studenten kunnen zich dan specialiseren in één of twee kunstvakken. In de vakken die je niet hebt gehad, kun je na de opleiding nascholingen volgen. Ons project is nog volop in ontwikkeling, maar we zullen het leerplankader van het SLO, 21ste eeuwse vaardigheden en vakoverstijgend werken er zeker in opnemen.’

Onderzoek D21
Jeroen Lutters en Olga Potters van het lectoraat Didactiek en Inhoud van de Kunstvakken van Hogeschool Windesheim uit Zwolle bespreken in hun deelsessie het belang van hun onderzoek D21. Ze onderzoeken hoe cultuureducatie succesvol kan worden ingezet bij het ontwikkelen van 21ste eeuwse vaardigheden en zullen op basis van hun bevindingen praktische en inspirerende adviezen geven. Lutters: ‘Het literatuuronderzoek is afgerond. We hebben in kaart gebracht welke visies er zijn op 21ste eeuwse vaardigheden in relatie tot cultuureducatie. Nu richten we ons op het surveyonderzoek. Bij achthonderd basisscholen ligt een enquête. We stellen vragen over onder andere hun schoolvisie, het ontwikkelen van 21ste eeuwse vaardigheden en hun visie op cultuureducatie. Op basis hiervan kiezen we tien good practices uit. Die scholen weten hoe ze cultuureducatie perfect kunnen laten aansluiten bij hun visie, onderwijsprogramma en docenten. Met hen gaan we komend jaar dieper in gesprek. We onderzoeken hoe hun aanpak in elkaar zit. Waarom werkt het? We proberen hun geheim te doorgronden en ze daarna met elkaar te vergelijken. Op basis van deze analyse kunnen we uitspraken doen over hoe je cultuureducatie in het basisonderwijs succesvol zou kunnen inzetten.’

Van Kunstenaar tot Collega
In alle deelsessies wordt aandachtig geluisterd, gemijmerd en gediscussieerd. Saxofonist, docent en onderwijskundige Suzan Lutke pakt het in haar presentatie over de opleiding Van kunstenaar tot collega anders aan. Ze verrast de deelnemers met een stapel wasmachinestangen, triangels, eitjes en andere instrumenten. ‘We gaan een meespeelpartituur doen’, zegt ze. Ze zet muziek op en laat iedereen meespelen aan de hand van een bijzonder notenschrift, dat bestaat uit puntjes, rondjes, x-jes en driehoekjes. De groep begint wat aarzelend, maar heeft het schrift snel door. ‘Ik dacht dat ik het niet kon, maar door het samen gewoon te doen, bleek ik het wel te kunnen’, vertelt een deelnemer achteraf.

En dat is precies de boodschap van Lutke. Je leert door samen met anderen op zoek te gaan naar antwoorden. ‘Een manier van werken die kunstenaars automatisch hanteren. Zij zijn reflectief, onderzoekend, expressief en geven betekenis aan de wereld om hen heen. Ik denk dat zij de perfecte kwaliteiten hebben om leerlingen voor te bereiden op de weerbarstige toekomst.’

Daarom werkt ze enthousiast mee aan het ontwikkelen van een opleiding voor kunstenaars in Gelderland, die in maart van start gaat. ‘We ontdekten dat veel kunstenaars les zouden willen geven. Door gebrek aan ervaring in het onderwijs gebeurde dat niet. Daarom zetten wij een cursus van acht dagdelen op om kunstenaars voor te bereiden op de lespraktijk. We hebben geen vast programma. De cursussen gaan in op de vragen van deelnemers.’

Conclusies
Na de deelsessies is het tijd voor de afsluiting in de grote zaal. Daar ontstaat een spontane samenzang met 123ZING. Als de rust is weergekeerd, roept Ruben Maes de twee aanwezige pabostudenten uit Utrecht erbij. Er werd vandaag veel over ze gepraat, maar wat vinden ze zelf? ‘Wij zijn bijna klaar met onze minor Coördinator kunst en cultuur educatie en weten niet wat al deze mensen aan het doen zijn. Ik had op de opleiding dingen over cultuureducatie willen leren die ik niet heb geleerd. Dat is jammer en ik hoop dat daar verandering in komt’, zegt Isabelle. ‘Ik heb geleerd dat er leven is na de pabo. Je kunt jezelf door nascholingen blijven ontwikkelen. Er zijn meer mogelijkheden dan ik dacht’, besluit Eugenie.

Directeur van het Fonds voor Cultuurparticipatie Jan Jaap Knol ziet dat de meeste pabo’s hard aan het werk zijn. ‘We moeten uitkijken dat we niet in stereotypen praten. Vandaag zijn veel mooie voorbeelden van samenwerking langsgekomen. We moeten op zoek naar wat we elkaar te bieden hebben.’
Hij kijkt tevreden terug op ‘de meest inhoudelijke conferentie tot nu toe’. ‘Het is inspirerend om ervaringen uit te wisselen en met elkaar te discussiëren. Overal in Nederland zijn prachtige plannen in uitvoering. Nu gaan we hard werken aan het beter zichtbaar maken van wat we doen. We willen nog meer mensen bij het programma betrekken, vooral uit het onderwijs. Mijn wens voor het nieuwe jaar is dat het Fonds en de aanvragers het gesprek met het onderwijs goed op gang krijgen. Mijn motto is: niet over, maar mét het onderwijs praten. Ik heb vandaag ervaren dat we goed op weg zijn.’

Reacties
‘Inspirerend’ is het woord dat deelnemers het meest in de mond namen om de dag te omschrijven. ‘Ik vond het inspirerend om te horen hoe anderen bezig zijn. Het is leuk om te zien wat er in het hele land gebeurt. Daardoor merk ik hoe goed het programma in elkaar zit. Over vier jaar hebben we met elkaar iets fundamenteels neergezet. Daar heb ik alle vertrouwen in’, aldus Marjet Kooij van Kade40 uit Vlaardingen.

Wat Lili Schutte van Conservatorium Amsterdam vooral is bijgebleven, zijn de gesprekken over vakoverstijgend werken. ‘De verhalen van anderen bevestigen mijn idee dat vakoverstijgend werken belangrijk is. Verder heb ik veel goede initiatieven langs zien komen en nieuwe contacten opgedaan. Ik ben benieuwd naar het overzicht van alle projecten dat het Fonds gaat maken. Dat lijkt me handig. Dan kunnen projecten die goed bij elkaar aansluiten elkaar beter vinden.’

Fred Tuinder van FluXus uit Zaanstad vond de sessie met Suzan Lutke erg inspirerend. ‘Die sessie liet me nadenken over de kracht van de kunstenaar. We moeten af van het idee dat het lastig is om kunstenaars in te zetten. Ze hebben misschien niet veel didactische kennis, maar ze kunnen wel veel betekenen voor de ontwikkeling van kinderen. Kunstenaars en vakdocenten kunnen elkaar versterken. Dat inzicht neem ik mee naar Zaanstad.’

Lutke zelf houdt ook een goed gevoel aan de dag over. ‘Ik merk dat we klaar zijn voor de volgende stap. Iedereen is er steeds meer van doordrongen dat een goede samenwerking met het onderwijs is heel belangrijk is. Dat advies heb ik zelf ook meegekregen: betrek in de ontwerpfase van de opleiding het onderwijs er al bij. Dat ga ik zeker doen.’

Dit artikel heeft betrekking op de volgende regeling(en) van het Fonds voor Cultuurparticipatie website: Cultuureducatie met Kwaliteit 2013-2016

Dit artikel is een portret uit de reeks verhalen die we delen binnen het programma: Cultuur maakt iedereen