maandag 23 Juli 2018
dit is het online magazine van het Fonds voor Cultuurparticipatie. wil je een aanvraag doen, kijk dan op onze website

Olympische kunsten

Abdelkader Benali

Die Olympische Spelen zijn er ook geweest. Op de Spelen van Amsterdam in 1928 werden meer dan 1000 schilderijen tentoongesteld. Naties wedijverden met elkaar om de beste kunst. Commentatoren schreven stukken waarin werd gesproken van een “daverende prestatie” en “een indrukwekkende vertoning.” De gedachte erachter was dat de menselijke geest een acrobaat is, een atleet. Net als de hardloper kan de schilder alleen maar tot grote hoogte geraken als hij in competitie gaat met anderen. De Hongaar Alfred Hajos won zowel in het zwemmen als bij architectuur een medaille.

Wat ik zou willen, is een Olympische Spelen voor de Kunsten. Eentje waar medailles worden uitgereikt voor het beste gedicht, het mooiste boek en indrukwekkendste schilderij.

Na de Tweede Wereldoorlog wordt deze gedachte losgelaten. De kunstenaar is een individu die in stilte zijn werk doet, afgeschermd van de grote wereld. Juist in ballingschap, eenzaamheid, retraite of afzondering wordt het beste werk gemaakt. Dan wordt gemakshalve vergeten dat de Franse negentiende eeuwse veelschrijver Balzac tot in de uitgeverij, gezeten naast de drukpers, nog bezig was om hoofdstukken toe te voegen aan de roman die op dat moment werd gedrukt. De prestaties van de geest, de inzet van het lichaam: in onze tijd zijn ze van elkaar losgetrokken. Wie waagt ze bij elkaar te brengen, kan rekenen op op z’n best verbazing, anders hoongelach.

Heel interessant vond ik een Nederlandse kunstenaar die bedacht schaken en boksen met elkaar te combineren. Een rondje boksen om daarna tien minuten te schaken. „Want,” zo legde hij uit, Wie zo de Berlijnse muur tussen lichaam en geest eventjes weet neer te halen, verdient mijn volle bewondering.

''het gaat hier allebei om disciplines waar de hoogste prestaties van het denken wordt verwacht.''

En wat te denken van die wandelende schrijvers en dichters die al lopend de beste invallen kregen waaruit onvergetelijke literatuur voortkwam? Er is een prachtige passage van de Portugese schrijver Pessoa die al wandelend door Lissabon de meest fantastische observaties doet; zo beschrijft hij minutieus de zwarte vlekken op de bananen die door marktkoopvrouwen worden aangeboden. Hier is een wandelaar aan het werk, kan je niet anders dan concluderen wanneer je zijn Boek der Rusteloosheid dichtslaat.

placeholder

Abdelkader Benali

De in Marokko geboren Abdelkader Benali wordt in 1997 genomineerd voor de Libris Literatuur Prijs voor zijn romandebuut Bruiloft aan zee. Een prijs die hij in 2003 krijgt voor zijn tweede roman, De langverwachte. Behalve romans en toneel schrijft Benali ook voor het Algemeen Dagblad, de Groene Amsterdammer, Esquire, de Volkskrant en Vrij Nederland. En presenteerde het NPS-programma De schrijver en de stad. en de serie Benali Boekt waarin hij bekende Nederlandse schrijvers interviewt.

Iets dichter bij huis is er Dirk van Weelden die in zijn hardloopboeken de oude oerkracht van de snellopende Indiaan nieuw leven inblaast. Willen we niet allemaal Indiaan zijn? Weglopen uit het heden, snellend de toekomst in of traag kuierend naar het verleden? Wie aan kunst doet, gaat een weg op waarvan de aankomst ongewis is. Het avontuur wordt vol goede moed aangevangen, alles mag en niks hoeft. De ademhaling versnelt, de urgentie neemt toe. De ademhaling stokt, men deinst achteruit. De ademhaling wordt regelmatig, de schrijvershand tintelt van geluk. Buiten klinkt het schrille trillen van een vogel. Dat is de roep van de inspiratie. Niemand weet waar ie zich verborgen houdt maar iedereen hoort ‘m. Kom, snel naar buiten, de vogel achterna. Wie ‘m vangt, heeft niks gevangen. Het gaat om de jacht naar edelmetaal!

Dit artikel is een portret uit de reeks verhalen die we delen binnen het programma: Cultuur maakt iedereen