zaterdag 26 Mei 2018
dit is het online magazine van het Fonds voor Cultuurparticipatie. wil je een aanvraag doen, kijk dan op onze website

Internationaal succesvol samenwerken? 10 tips op een rij

Garage TDI samen met Junges Staatstheater Oldenburg

Altijd al met een Duitse partner samen willen werken en samen een project willen maken? In 2018 gaan het Fonds voor Cultuurparticipatie en het Duitse Fonds Soziokultur verder met de subsidieregeling Jonge Kunst. Met dit programma stimuleren wij de samenwerking en uitwisseling tussen Nederlandse en Duitse culturele organisaties die bijzondere projecten realiseren voor, door en met de deelnemers zelf. De subsidieregeling Jonge Kunst is vanaf nu open. 

Maar hoe doe je dat, samenwerken over de grens? We vragen het Inez Boogaarts, directeur van de Zukunftsakademie NRW. Een jaar geleden evalueerde ze het subsidieprogramma Jonge Kunst. Dit zijn haar belangrijkste ervaringen, tips & 'besser nichts'.

Zo´n 6 jaar geleden werd Inez Boogaarts gevraagd om de eerste Jonge Kunst ‘Meet&Match’ te begeleiden. Als internationale cultuurmanager, Nederlands-, Duits- en Engelstalige, met ervaring in culturele en grensoverschrijdende samenwerking was de match snel gemaakt. In de loop van vijf jaar Jonge Kunst zag Boogaarts een bont gezelschap van Nederlandse en Duitse organisaties, kunst- en cultuurmakers, theaterdieren en sociaal-cultureel werkers elkaar ontmoeten en samen nieuwe werelden creëren. ‘Een hele mooie ervaring’, aldus Boogaarts.

‘Vooral omdat je ziet hoe de kwaliteit van de samenwerkingsprojecten steeds beter is geworden’.

Een samenwerking is altijd aftasten en ontdekken; niet in de laatste plaats bij de subsidieregeling Jonge Kunst vertelt de cultuurspecialist. Want waar de Nederlandse kant vooral uit kunstinstellingen bestaat, zijn de Duitse samenwerkingspartners van sociaal-culturele aard. ‘Dan heb je beide echt een ander dna.’

Bovendien zag Boogaarts dat, mede door de bezuinigingen, de Nederlandse kant gewend is om overal naar geld te zoeken om iets te gerealiseerd te krijgen. Dat was met deze Duitse organisaties heel anders. ‘Het idee dat je 50% van je financiering nog ergens anders moet vinden, was vooral in het begin niet makkelijk voor veel Duitse partners.’

Maar al die variëteiten, weet Boogaarts, kun je overbruggen. ‘Hoeveel je ook van elkaar verschilt, het is belangrijk dat er een -inhoudelijke- kern is die je met elkaar verbindt.’ In die kern is er ruimte voor zielsverwanten om elkaar te ontmoeten en samen iets te maken dat alleen nooit was gelukt.'

‘Dan denk ik bijvoorbeeld aan Staatstheater Oldenburg, een organisatie van zeker 300 man, die samen met een kleinere Drentse cultuureducatiegroep (red. Stichting Garage TDI) een fantastisch project heeft neergezet.' Door de nieuwsgierigheid over en weer is er zoveel geleerd, aldus Boogaarts. Ook door haarzelf.

‘Ja dat klopt. Op papier had ik misschien niet gedacht dat deze samenwerking iets kon worden. Maar toen ik er meer over hoorde, dacht ik, wauw, het kan wel! Professioneel, kwalitatief goed samenwerken en elkaar versterken. Hartverwarmend!.’

JA’s en Besser nicht’s

Een paar tips voor organisaties die graag willen samenwerken. Waar kun je aan denken?

  • Alle vooroordelen zijn waar - Nederlanders hebben een grote mond en Duitsers zijn stipt - maar laat je daar niet door van de wijs brengen. Ontdek die voordelen samen en gebruik ze, perfectioneer ze.
  • Wees realistisch. Internationaal samenwerkingen wordt altijd onderschat; het is buffelen, kost tijd, geld energie.
  • Een gezonde portie naïviteit helpt natuurlijk ook om in het diepe te springen.
  • Je moet elkaar ruiken en zien. Door bij elkaar over de vloer te komen, leer je elkaar begrijpen. Je wilt weten hoe de ander denkt, maakt en werkt.
  • Het feit dat je allebei van een ander type organisatie bent, betekent niet dat je niet kan samenwerken. Je hoeft niet allebei een stadsschouwburg te zijn om samen iets bijzonders, nieuws, anders te creëren.
  • Bezint eer ge begint. Als je er gedurende het proces achter komt dat je elkaar niet aardig (lees: inhoudelijk, financieel, organisatorisch etc) vindt, dan moet je durven te stoppen.
  • Maak goede afspraken. Ieder samenwerkingsproject kent momenten waarop het spannend wordt. Denk van te voren samen het proces uit. Wie doet wat?
  • Internet is (soms) een slechte boodschapper. Af en toe skypen is niet voldoende. Kom samen om te oefenen en uit te proberen.
  • Zorg dat er ook binnen je eigen organisatie draagvlak is voor het samenwerkingstraject. Je gaat er veel tijd en energie instoppen.
  • Internationaal werken is een vak apart. Past het in de strategie van je organisatie? Wil je er ook verder mee?

En tot slot: Je weet niet altijd wat het je gaat brengen, maar vaak levert samenwerken meer op dan je had durven hopen. Kijk maar naar de voorgangers uit het traject Jonge Kunst. Los van deze regeling, hebben veel duo’s alweer een nieuw gezamenlijk project in uitvoering!

Wil je inspiratie opdoen? Lees dan de Samenvatting Evaluatie Jonge Kunst die Inez voor het Fonds maakte.

placeholder

Inez Boogaarts was van 1 mei 2012 tot 1 november 2015 algemeen secretaris / directeur van de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur. Daarvoor was ze onder meer cultureel attaché op het Nederlands Consulaat-Generaal te Düsseldorf en directeur van de Stichting Internationale Culturele Activiteiten (SICA, nu: DutchCulture). Sinds 2016 is ze directeur van de Zukunftsakademie NRW in Bochum.

Dit artikel heeft betrekking op de volgende regeling(en) van het Fonds voor Cultuurparticipatie website: Jonge Kunst, Internationale programma's

Dit artikel is een portret uit de reeks verhalen die we delen binnen het programma: Cultuur maakt iedereen