zondag 21 Januari 2018
dit is het online magazine van het Fonds voor Cultuurparticipatie. wil je een aanvraag doen, kijk dan op onze website

Hou elkaar vast

Foto: Saskia Aukema, Onze Taal

Tot 1 september 2017 was Vibeke Roeper nog directeur van Plein C, startpunt voor cultuur op school in Noord-Holland. Tot 2016 was Plein C onderdeel van de Cultuurcompagnie Noord-Holland, waar Vibeke 12,5 jaar hoofd cultuureducatie was. Wat betekent cultuur voor haar?

'Voordat ik de cultuureducatie terechtkwam, was ik projectleider en uitgever. Ik was in maritieme geschiedenis gespecialiseerd. Tot zes jaar geleden schreef ik zelf ook nog: één boek per jaar. Maar daarvoor moet ik mijn hoofd kunnen vrijmaken, bovendien ben ik ook nog een master bedrijfskunde aan het afronden. Hierna, als directeur van het Genootschap Onze Taal, krijg ik het vast ook te druk om te schrijven.

Ik begon in dit werk met erfgoededucatie, maar na een paar jaar is die focus verbreed tot wat nu meer gemeengoed is: samen met scholen kijken wat ze zélf nodig vinden. Want cultuureducatie werkt veel beter als een school er zelf voor kiest. Helemaal nu het financieel schrijnend wordt en de infrastructuur onderuit is, wat zeker in Noord-Holland zo is.

Plein C werkt veel samen met cultuurpartners die hun aanbod aan scholen verkopen. Zij denken vaak: laat ons het aanbod maar regelen. Maar wij laten zien dat een gesprek niet tijdrovend maar juist waardevol is. Ik verbaasde me aanvankelijk dat het nog niet zo gíng. In de loop van de tijd is zeker ook bij intermediairs, zoals kunstencentra, het lampje gaan branden.

“Cultuureducatie staat of valt met de interesse van scholen zelf.”

In ons tijdschrijft Prikkels staat een rubriek waarin kinderen aan het woord komen. Ik vind het grappig de intentie van een cultuurles te zien door de ogen van een kind. Soms zeggen ze meewarige dingen als: “De meester denkt dat dit goed voor ons is.” Ik herken dat wel, ik werd vroeger vooral blij van projectonderwijs – veertig jaar geleden heel nieuw in onze Zeeuwse uithoek. Ik herinner me een project over Suriname waarbij we pinda's gingen planten, over de geografie leerden en Surinaamse verhalen hoorden. Die samenhang maakte indruk, die vond ik tegelijk logisch en heel rijk.

Mijn moeder was kleuterjuf en later directeur van een basisschool. Zij heeft mijn zusjes en mij de creativiteit van het vrijeschoolonderwijs meegegeven, vooral met handvaardigheid. Nog steeds mag ik graag breien, haken en spinnen. Ook ben ik begonnen met een cursus pottenbakken. Soms gaat het gewoon kriebelen. Dan maak ik er meteen een heel project van, dus ontspannend is het niet per se.

“Dat is mijn ambachtelijke inslag: het moet wat worden.”

Ik heb zelf vijf jongens. Breien lukte niet zo, ze speelden meer met Lego. Jammer genoeg zaten zij in de tijd op school dat de handvaardigheidslokalen niet meer gebruikt werden en er in de leslokalen vloerbedekking lag waarop je niet mocht knoeien. Ik keek wat bij mijn kinderen paste: sommigen gingen op muziekles – er is er één bassist geworden – een ander verdient geld met tekenen.

De komende jaren gaat Plein C verder op de ingeslagen weg. Wat ik mijn collega's in deze sector wil meegeven klinkt misschien wat zijig, maar is hard nodig nu het geld opdroogt: hou elkaar vast. Anders staan scholen er straks alleen voor. Voor creatieve mensen is het belangrijk om zelf het wiel uit te vinden, maar als je niet samen sterk bent, verzwakt de sector. Uiteindelijk betekent dat minder cultuurervaring voor kinderen. Kijk daarom buiten jezelf, naar het belang van de sector en van het kind.'

Vibeke

Dit artikel heeft betrekking op de volgende regeling(en) van het Fonds voor Cultuurparticipatie website: Cultuur maakt iedereen

Dit artikel is een portret uit de reeks verhalen die we delen binnen het programma: Cultuur maakt iedereen