zaterdag 16 December 2017
dit is het online magazine van het Fonds voor Cultuurparticipatie. wil je een aanvraag doen, kijk dan op onze website

Dit wil ik elke dag doen

Jörgen

Als regisseur en artistiek leider bij Urban Myth maakt Jörgen Tjon A Fong muziektheater. Voorstellingen die altijd maatschappelijk betrokken zijn. Waarom eigenlijk?

'Het is grappig gelopen. Ik zag toen ik acht was met school twee kindervoorstellingen, De blauwe vogel en De toverdeur. Al tijdens de voorstelling wilde ik daar op het toneel staan, er onderdeel van uitmaken. Zo begon mijn liefde voor het theater. Rond m'n elfde ging ik zelf spelen. Al de allereerste keer voelde ik een mengsel van angst, opwinding en heel veel plezier. Dit wil ik altijd doen, elke dag, wist ik direct. Vervolgens heb ik veel in jongerenvoorstellingen gespeeld. Maar jarenlang beschouwde ik het als hobby, naast mijn studie Engels. Ik had altijd contact gehouden met de zakelijk leider van de eerste productie waarin ik speelde, Jetta Ernst (later adjunct-directeur van de Rotterdamse Schouwburg). Zij was één van de mensen die me aanmoedigden voor theater te kiezen en overtuigde ook mijn moeder. Ik ging steeds meer tijd in toneel steken. Bij jongerengezelschap Nultwintig, waar ik toen speelde, was ruimte om te experimenteren. Het was daar helemaal niet stoffig, zoals veel theater toen nog. Vervolgens werd ik aangenomen op de toneelschool Amsterdam. Vanaf het tweede jaar mocht ik daar een eigen leerweg volgen, waarin maken centraal stond; met lessen van de toneelschool, de mime-opleiding en de regieopleiding. Alleen toen ik afstudeerde, was er geen enkel gezelschap dat precies deed wat ik qua thema's, vorm en publiek echt interessant vond, of spannend. Dus ik kon iets anders gaan doen, of het zelf gaan doen. Ik besloot míjn verhaal te gaan brengen, voor en over mijn generatie, inclusief de diversiteit die ik in mijn omgeving zag. Dus richtte ik Urban Myth op. Eerst richtte ik me op twintigers, maar mijn publiek en ik groeien met elkaar mee.

“Als ik geen toneel zou maken, zou ik meer schrijven. Ik wil altijd een creatieve vertaling maken van wat ik om me heen zie.”

In de stukken die ik regisseer, leveren alle acteurs en betrokken makers hun bijdrage. Het moet een gezamenlijk verhaal worden, een optelsom van ieders talenten. Die openheid is ook spannend, want ik kan niet van tevoren precies bedenken hoe iets gaat worden. Zo droeg Huub van der Lubbe voor mijn nieuwe voorstelling We hadden liefde, we hadden wapens het nummer Mensen zijn mensen aan. Dat vatte het stuk zo goed samen, dat het in plaats van de slottekst moest komen.

Er blijven altijd dingen waaraan ik nog wel had willen werken, maar ik ben tevreden als het verhaal overkomt, als mensen erdoor ontroerd raken. Toneel is bij mij eigenlijk altijd maatschappelijk geëngageerd – dat is wat mij motiveert. Het nagesprek in de foyer is even belangrijk als wat er op het podium gebeurt. Twee witte vrouwen in Enschede vertelden dat ze zich herkenden in het verhaal van Robert Williams. Let wel: een zwarte burgerrechtenactivist uit de jaren zestig in de VS. De elementen van strijd en frustratie kenden zij uit hun feministische verzet. Hoe verschillend je referentiekader ook is, er zijn universele thema's. Dat wil ik laten zien.'

Dit artikel heeft betrekking op de volgende regeling(en) van het Fonds voor Cultuurparticipatie website: Cultuur maakt iedereen

Dit artikel is een portret uit de reeks verhalen die we delen binnen het programma: Cultuur maakt iedereen